Jonathans reis

je creëert pas verandering als je de eigenaar wordt van je probleem

tekst Inki de Jonge | bron: Dagblad van het Noorden, 26 augustus 2017
Gamen. Blowen. Tv kijken. Jonathan den Hollander was nog maar 22 toen zijn leven vastliep. Tot hij vorig jaar onder begeleiding van het Groningse Traject 58 naar Frankrijk ging. Daar werkte hij bij boer Kor, schreef brieven naar zijn ouders en leerde een geheim plankje in zijn hoofd te demonteren. Dit is het verhaal van Jonathans reis.

Krrrr-rrr. Krrr-rrr. De groene tanden van Jonathans hark schrapen over de betonnen stalvloer. Hij werkt snel en efficiënt. Stalbaas Jean Pierre rijdt de tractor achter hem langs met vuil stro en roept iets in het Frans. Jonathan knikt en harkt voort. Krrr-rrr.

Half tien, hartje zomer in de Dordogne. De zon houdt zich barmhartig schuil achter een egaalgrijze wolkenlaag. Het is maandagmorgen, en voor Jonathan betekent dat: stallen uitmesten. Lamira snuift in haar box verderop. Decibel, Kabel en Ollypop steken hun zachte neuzen boven de staldeuren uit. Nelson trapte laatst de hele deur eruit. ,,Nelson is een puberpaard’’, zegt Jonathan vertederd.

In januari van dit jaar kwam hij hier, vers uit Groningen, samen met de begeleiders van Traject 58. Hij moest weg. Hij moest iets anders. Hij had tegen zijn ouders gezegd: ,,Ik wil naar Frankrijk, ik wil dit project doen en het wordt waarschijnlijk de hel, maar ik ga ervoor.’’

Eén ding was zeker: zoals het thuis ging, kon het niet langer. Daar lag hij hele dagen op de bank. Blowde zich letterlijk suf, want hij was te verlegen om contact te maken met andere mensen en hoe meer hij blowde, hoe verlegener hij werd. Zijn leven had iets moedeloos gekregen, iets onafzienbaars. Op zijn 16de was hij van school gegaan. De ene na de andere hulpverlener en onderzoeker had zich over hem gebogen. Op zijn 18de kreeg hij een Wajong-uitkering. Hoefde hij helemaal niks meer. Maar hoe moest het nou met de rest van zijn leven? Blowen nam de scherpte van die gedachtes weg. Dat was dan ook alles wat het voor hem deed.

RITME

Nu is hij hier, bij boer Kor en boerin Colette, twee Vlamingen die in de Dordogne een paardenboerderij annex geitenfarm drijven.

Elke morgen staat hij om half zeven op. Dat was wennen, maar het geeft zijn dagen een ritme dat hij in Nederland niet kende. Hij drinkt koffie, rookt een sigaret en vult de jeep met voer voor de paarden in het veld. Als hij terugkomt is het tijd voor een kop koffie en een stuk stokbrood. Dan weer aan het werk, de kleine paarden willen wel eens uitbreken, die moeten dan teruggehaald worden, waarna het tijd is voor lunch en een korte siësta. Dan is het weer geiten melken, hooi wegschuiven, machines klaarzetten voor de volgende ochtend, waarna de werkdag eindigt, iedere avond tussen half acht en acht, aan tafel bij Colette. Jonathan heeft de eerste dagen spieren gevoeld waarvan hij niet wist dat hij ze bezat.

Voor zijn bed, in zijn kamer achter de keuken, heeft zich een berglandschap van kleren verzameld. Thuis zou zijn moeder daar iets van zeggen, hier moet hij zijn troep zelf opruimen. Soms pakt hij alles op in een brede armzwaai, doet het in de wasmachine en dan is zijn kamer weer netjes.

‘s Avonds kijkt hij tv en kletst een beetje met de andere stalknechten. Hij vindt het wel jammer dat hij niet bij een Franse boer is geplaatst, dan had hij meer opgestoken van de taal. Nu kan hij het vooral goed verstaan, maar spreken gaat nog steeds niet soepel.

VASTGELOPEN

Meer dan 150 jongens en meisjes uit het Noorden deden de afgelopen jaren wat Jonathan deed: ze meldden zich aan bij jeugdhulporganisatie Traject 58. Allemaal zijn ze, nog voor hun 27ste, vastgelopen in hun bestaan. Sommigen hebben geen schooldiploma, anderen zijn in het drugscircuit beland en hebben een criminele kennissenkring opgebouwd, en bijna allemaal hebben ze hun ouders tot wanhoop gedreven. Traject 58 stuurt ze naar Franse boerderijen voor een clean break en een nieuwe start. Daar blijven ze minimaal drie, gemiddeld negen maanden.

Traject 58 is gevestigd op een zolderkamer van een villa aan de Rijksstraatweg tussen Haren en Groningen. Veelal jongens, maar ook meisjes melden zich hier aan. Ze gaan vaak naar veeteeltboerderijen in Frankrijk en soms naar Duitsland, omdat het werken met dieren goed werkt.
,,Dieren zijn zuiver en afhankelijk’’, verklaart oprichter en begeleider Lex Blok. ,,Dat is van cruciaal belang. In Frankrijk worden onze jongeren verzorgers, en daarmee doorbreken ze een belangrijk patroon. Thuis is alles erop gericht om hun problemen weg te nemen. De ouders hebben last van het gedrag van hun kind, schakelen de hulpverlening in, de hulpverlening is probleemgericht. Maar alles wat je aandacht geeft, groeit. De jongeren worden passieve consumenten. Maar je creëert pas verandering als je de eigenaar wordt van je probleem. Wij leren jongeren in Frankrijk hoe ze hun leven weer in handen kunnen nemen.’’

De jongeren mogen van tevoren aangeven wat voor soort werk ze graag willen doen, – niet iedereen heeft iets met beesten – en of ze bij een Franstalig of Nederlandstalig boerenbedrijf willen werken, maar de begeleiders van Traject 58 bepalen uiteindelijk de geschikte plek en zoeken, als de jonge cliënt dat wil, een Franse leraar voor bijles.

Ook de boeren hebben intensief contact met de Nederlandse coach ter plekke die ze kunnen raadplegen bij problematisch gedrag. Dat ‘de nieuwe’ een goede arbeidskracht wordt, kan niemand garanderen. Die moet zich richten op zijn persoonlijke ontwikkeling. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot – letterlijk.
Blok: ,,Onlangs nog stond een van onze groenteboeren, een klein mannetje, tegenover een jonge cliënt, die met hem op de vuist wilde. Die boer draaide zich gewoon om en zei: ‘Ik ga aan het werk’. En daarmee was het klaar. Niet het probleemgedrag, maar het dagelijks leven staat centraal.’’

BRIEVEN

In Frankrijk maken de jongeren kennis met een geheel nieuw fenomeen: brieven schrijven.
Blok: ,,Onze wereld is snel en luxe. Aangenaam vervelen kennen we niet meer, op iedere hoek van de straat is een telefoonwinkel en een modezaak, en toch gaat het niet goed met je. We gaan in Frankrijk terug naar de basis. Communiceren? Goed. Schrijf maar een brief. Gewoon, met een pen op papier. Stel, de jongere heeft een probleem. Hij moet nadenken voordat dat op papier komt. Hij zet iets zwart op wit. Dan vouwt hij de envelop dicht en geeft hem mee aan de begeleider. Daarmee is het probleem geparkeerd en kun je over tot de orde van de dag: hout naar de kachel brengen, koeien melken. Wat op papier staat, zit niet meer in je hoofd. En er zit tijd tussen de brief en het antwoord.’’

Zo was Jonathan in januari naar Frankrijk gegaan. De reis duurde ruim elf uur, en bracht hem decennia terug in de tijd. Toen de mensen aan elkaar schréven.

Jaaa hoor. Kreeg Jonathan weer zo’n brief. En niet alleen van zijn ouders, ook van de vrienden van zijn ouders, en de vrienden van die vrienden en iedereen maar brieven schrijven en hem maar complimenteren en maar moed inspreken – gek werd hij ervan. Hij moest zelfs op den duur naar zijn ouders schrijven dat het wel wat minder mocht met die schrijverij, hij had ook nog werk te doen.

En werken gaat hem goed af. Al na de eerste week van zijn aankomst had boer Kor gezegd: doe mij tien Jonathans. Nu heeft hij een monitor op zijn kamer, waarop hij de paarden in de gaten kan houden. Verantwoordelijk werk, in de veulentijd.

,,Er is werk.’’ Jonathan leunt ontspannen tegen het aanrecht in de grote keuken en wuift wat vliegen weg. ,,En dat moet gewoon gedaan worden, punt uit. Je gaat geen tv kijken als iedereen werkt, echt niet.’’

Kor maakt koffie. ,,Ik kon Jonathan direct veel verantwoordelijkheid geven’’, zegt hij.

Jonathan: ,,Thuis was ik de jongen met de probleempjes. Mijn moeder zei altijd: ‘Probeer het nou gewoon, als het niet lukt is het ook goed’. Dan dacht ik: o, dan hoeft het dus niet echt! Ik had discalculie, disharmonie, weet ik wat. Hier heb ik geen stempel. Hier ben ik gewoon Jonathan.’’

Kor: ,,Die jongens met Ritalin? Na een week hadden ze dat hier niet meer nodig.’’

Jonathan: ,,In het begin lag ik ’s nachts wakker. Maar ’s avonds moe zijn, dat gaf echt een goed gevoel. Ik had ook pillen in Nederland, die heb ik vier jaar lang geslikt zonder dat ik wist wat ze met me deden. Maar ze legden mijn brein stil.’’

Kor: ,,ADHD? Mijn ouders hadden daar wel een remedie tegen: een lapper om uw oren kon u krijgen.’’

Jonathan, ironisch lachje: ,,Het is maar goed dat ik hier niet mag telefoneren. Dan had ik de eerste dagen mijn moeder gebeld en gezegd: ‘Kom me halen’. En weet je? Dan was ze me komen halen ook.’’

,,Het enige wat hij vroeger schreef was ‘sigaretten’, op een boodschappenbriefje’’, zegt zijn vader. ,,Nu schrijft hij hele epistels.’’ Jonathans adoptieouders (Jonathan komt oorspronkelijk uit Colombia), Frank den Hollander en Mirjam Smitz, zitten te stralen aan de grote tafel in hun huis in Groningen. Ze zijn trots op hun jongste zoon, die een metamorfose lijkt te hebben ondergaan en laatst zelfs wilde weten wat zijn DigiD inlogcode was. Jonathans moeder kent zichzelf: ,,Ik moet op mijn handen gaan zitten. Als een van mijn kinderen een probleem heeft, schiet ik in de oplossingsstand. Mijn dochter zegt wel eens tegen me: ‘Mam! Ik ben 26!’’’

Niet alleen Jonathan krijgt begeleiding. Ook zijn ouders praten regelmatig met Traject 58. Want ook de relatie tussen ouders en kind is aan een herdefinitie toe. Lex Blok: ,,Wat te doen als je kind na drie maanden zegt: ‘Mam! Het gaat weer goed! Ik ben veranderd hoor!’ Terwijl hij alleen maar weer terug naar zijn oude leven wil? Dan helpt het dat je als ouder kunt zeggen: ‘Geweldig lieverd. Waarin ben je dan veranderd? Vertel’.’’

Elke jongere probeert zijn ouders te manipuleren, zegt hij. ,,Ze lezen een brief van mama die haar grenzen stelt, maar als die brief wordt afgesloten met ‘en je weet het lieverd, ik hou van je’, denkt die jongere: ‘Ooooo, niks aan de hand’. Ze gaan het op zeker moment allemaal uitproberen, in Frankrijk. Toch op internet, toch bellen. Ouders moeten op afstand ontdekken hoe dat patroon werkt. Ze vinden het vaak moeilijk om die afstand dan te blijven bewaren, maar ik zeg altijd: ‘Wees blij dat hij dat gedrag laat zien’. Het kind test zijn ouders. Zijn ze betrouwbaar, of zijn ze toch weer te manipuleren?’’

Jonathans ouders wisten het eerste half jaar niet op welk adres hun zoon verblijft. Dat is een regel. Veel ouders zouden anders zelf op bezoek gaan bij hun kind en daarmee het proces onbedoeld dwarsbomen. Den Hollander en Smitz hebben er geen problemen mee. ,,Wij vertrouwden Traject 58 vanaf het eerste moment’’, zegt Frank. ,,Het is een Groningse no-nonsense aanpak waar we ons bij thuis voelen.’’ Wel hebben ze gevraagd of het gezin gescreend was. Dat ze dat adres nu toch weten, is omdat ze Jonathan voor het eerst mogen bezoeken, over een maand al. Ze kunnen niet wachten.

Jona is ontspannen, lezen ze keer op keer. Hij maakt grapjes. Of ze een emmer Joppiesaus aan Niek mee willen geven, als die volgende week langskomt.

Niek Palmans is Jonathans persoonlijke begeleider. Hij voert de gesprekken met de ouders en hun zoon, en eens in de zes weken reist hij samen met collega Tom Broer naar Frankrijk om met Jonathan te praten over zijn vorderingen en plannen. Hij en Tom zijn het enige ‘live’ contact vanuit Nederland. Palmans kent zijn pappenheimers. Die luchtigheid van Jonathan, weet hij, is maar schijn. ,,Jonathan is geen jongen die dingen van zich af laat glijden. Integendeel: hij stapelt al zijn negatieve gevoelens op een geheim plankje aan de muur, en als dat plankje instort, schroeft hij het weer aan de muur en stapelt opnieuw.’’

Maar welke vorderingen moeten de jongeren van Traject 58 eigenlijk maken? En wie bepaalt of ze daarin genoeg zijn geslaagd?

,,Dat zijn de jongeren zelf’’, zegt Frans de Beer. Hij is Jonathans coach in Frankrijk, en het andere ‘live’ contact vanuit Traject 58. ,,Ze hebben allemaal een motivatiebrief geschreven voordat ze naar Frankrijk gaan, waarin ze hebben verwoord waarom ze willen meedoen aan het traject. Ze hebben namelijk altijd gedacht dat ze niets konden veranderen. Ik hou de jongeren aan de belofte die ze zichzelf hebben gedaan.’’

De Beer woont in de Dordogne, waar hij tien adressen heeft: voor elke jongere een. Hij bepaalt welke boer geschikt is voor welke jongere. Jonathan, zag hij, heeft een beschermde omgeving nodig. Daarom plaatste hij hem bij een Vlaamse boer, waar hij zich verstaanbaar zou kunnen maken
Moet je nou helemaal naar Frankrijk om de knop om te zetten, vragen ze De Beer wel eens. Zijn antwoord is: ja. ,,Hier komen ze in een vreemde omgeving, en dat zorgt voor de time-out die nodig is om werkelijk naar zichzelf te kijken.’’

Met Jonathan, zegt De Beer, gaat het goed. De boer had tegen hem gezegd: ,,Oh, maar Jonathan. Da’s een gewone jongen.’’

Jazeker. Heel gewoon. Maar wel een met een geheim, wankel plankje.

Een paar maanden later is alles anders.
Boer Kor?
Stom.
Frans? Niek? Lex?
Stom.
Frankrijk?
Geen land voor hem, Jonathan, dat boerenwerk trouwens ook niet, zijn ouders moeten hem komen halen en wel onmiddellijk, want hij houdt het hier geen dag langer uit.

Het plankje is van de muur gelazerd. En hij laat het liggen waar het ligt.

Wat er gebeurde, hij snapt het zelf niet eens. In augustus waren zijn ouders geweest, een groot feest was dat, hij had zijn moeder vastgehouden alsof hij haar nooit meer los wilde laten, een paar weken later was hij – had hij zelf geregeld – naar Nederland gegaan omdat er een open dag was bij Defensie, want daar wil hij werken. Oké, hij had een telefoon meegenomen terug naar Frankrijk, dat mocht eigenlijk niet. Boer Kor had gezegd: ‘Je moet dat bespreken met je begeleiders’, maar dat had hij niet gedaan. Hij zou immers toch binnenkort naar huis.

Maar zaterdag, hij had lang en hard gewerkt, wilde hij vrij om met Brian, de andere knecht, naar het dorp te gaan. En dat mocht niet. De boer had hem nodig. En toen was er iets in hem geknapt. Dus was hij voor het eerst héél hard uitgevallen tegen boer Kor en daarna was hij naar bed gegaan.

De volgende morgen was hij in bed gebleven. En de dag daarop ook, en daarop ook, zijn moeder append: ‘Kom me halen, ik moet hier weg, kom me halen’. Want hij is Jonathan, een gewone jongen, een áárdige jongen toch en je kan lang met hem sollen, maar hij heeft wel zijn grenzen, ja?

Boer Kor snapt er niets van. Is ook boos. Awel! Wat is dat nu?
Maar Jonathan houdt zijn deur gesloten. Hij bijt nog liever zijn tong af dan dat hij de eerste stap tot verzoening zet.

,,Dit is de angel’’, zegt begeleider Niek in Groningen. ,,Dit is Jonathans eerste confrontatie met de manier waarop hij problemen oplost met andere mensen – namelijk: niet. Hij moet leren hoe hij eerlijk kan zijn. Voor Jonathan wordt het op zeker moment een kwestie van winnen en verliezen. En hij wil niet verliezen.’’
Wie volwassen wil worden, moet naar zichzelf leren kijken. Maar Jonathan, op zijn kamer, wacht. Hij heeft ruzie, dus trekt hij zich terug. Het is de rode draad in zijn leven.
Pas een dikke week later kan hij erover praten met De Beer. Het was allemaal toch niet eerlijk geweest? ,,Misschien’’, zegt De Beer. ,,Maar het leven is niet altijd eerlijk. Vergeet niet dat jíj de keuze hebt gemaakt om hier te zijn. Jíj wilt iets leren. Jíj wilt volwassen worden en socialer. Denk dus na. Hoe ga je dit aanpakken?’’

,,Praten met Kor’’, zucht Jonathan. En staat op.

Zijn begeleiders zeggen: het is de verandering die ertoe doet.

In het Traject-kantoor in Groningen hangt een spreuk van de schrijver André Gide: ‘De mens ontdekt geen nieuwe oceanen als hij de moed niet heeft de kust uit het oog te verliezen.’ ,,Dat is wat deze jongeren doen’’, zegt Tom Broer. ,,De kust uit het oog verliezen. En dat is doodeng.’’

Juli 2017. Het is weer zomer. Een schuine streep zonlicht valt door het raam van Jonathans kamer. Buiten rijdt het verkeer over de drukke straten van Groningen, binnen zit Jonathan op een bruine hoekbank en drinkt chocomel.

Zijn hoekbank. Zijn raam. Zijn chocomel.

Ruim een half jaar is hij terug. Hij regelde zelf zijn huis en heeft een baan als onderhoudsmedewerker bij het studentensportcomplex – aangenomen nog voor zijn proeftijd was verlopen. Hij heeft zijn geldzaken op orde. Hij kookt eens per week een grote pan eten voor zichzelf. Hij is er trots op, al laat hij zich er niet op voorstaan, want zo zit hij nou eenmaal niet in elkaar.
Hoe hij wel in elkaar steekt, leerde hij in Frankrijk, zegt hij. ,,Eigenlijk was ik gewoon een verwend jongetje dat weg wou rennen. Maar je kunt niet voor jezelf wegrennen.’’

De eerste tijd in Groningen was wennen. ,,In Frankrijk kon ik naar de kleinste dingen uitkijken. Daar was zondag een belevenis. Hier moet alles snel. Hier ben ik in de eerste week op woensdag, donderdag, vrijdag én zaterdag uit geweest.’’

Traject 58 begeleidt de jongeren tijdens dit overgangsproces. Jonathan leert hoe hij zijn emoties onder woorden kan brengen, zodat hij niet teveel op die plank laat liggen.

Hij appt nog steeds met boerin Colette – Kor is niet zo van de moderne communicatie. Als hij terugdenkt, kan hij nostalgisch worden. De veulens die hij geboren zag worden. Op zondag de marktjes af met Colette. Het eten. Het lachen. Frankrijk heeft van hem een andere jongen gemaakt: ,,Moe zijn, ik kende het niet. Een snee in je arm krijgen en dan voelen dat het pijn doet. In Frankrijk voelde ik dat, goed of fout, het leven weer bézig was.’’

Hij kijkt rond in zijn huis. Naar de was die op een rekje hangt. Naar het bordje waarop staat ‘Home sweet home’. Naar de muren zonder plankjes.

,,Dit was een life-changing ding, geloof ik’’, zegt Jonathan. En lacht. ,,Nou jaaa, dat klinkt een beetje … Dit was gewoon de beste keuze die ik ooit heb gemaakt.’’

,,Nederland’’, zegt Lex Blok ,,Is een regelland. Alles moet meetbaar en controleerbaar zijn. Sommige jongeren lopen vast in die regels, en wat geven wij ze? Meer regels. En dan vinden we het raar dat ze buiten het systeem vallen. Maar het leven is niet altijd controleerbaar en meetbaar en onze maatstaven beperken sommige kinderen in hun ontwikkeling. Iedereen wil beoordeeld worden op wat hij kan. Laten we onze jongeren vragen: wie ben jij? Er zijn zoveel rapporten gemaakt die vertellen waar je niet goed in bent, maar wat wil je eigenlijk zelf?’’

 

Neem contact met ons op

Laat dit leeg: